Bevorderingsnorm

Algemeen

  1. Berekening rapportcijfer
    Rapportcijfers worden vastgesteld op basis van een gewogen voortschrijdend gemiddelde. Het kerstrapport is gebaseerd op het gemiddelde van alle behaalde cijfers tot en met de proefwerkweek aan het einde van het eerste trimester. Het voorjaarsrapport is gebaseerd op het gemiddelde van alle behaalde cijfers tot en met de proefwerkweek aan het einde van het tweede trimester. Het overgangsrapport is gebaseerd op het gemiddelde van alle behaalde cijfers van het hele jaar. 
  2. Tekorten
    Bij de bevordering speelt een rol hoeveel tekorten een leerling heeft. Daarbij geldt de volgende telling:
    5,5: 0,5 tekort
    5: 1,0 tekort
    4,5: 1,5 tekort
    4: 2,0 tekorten
    3,5: 2,5 tekorten
    3: 3,0 tekorten 
  3. Tweemaal doubleren
    Het is niet mogelijk om tweemaal in hetzelfde leerjaar of in twee opeenvolgende leerjaren te doubleren, tenzij daarvoor heel bijzondere redenen zijn aan te voeren.

Bevordering van gym-1 naar gym-2

Een leerling is bevorderd: 

  • als alle vakken voldoende zijn, of 
  • bij 4,0 of minder tekorten. 

De 4,0 tekorten mogen niet in de kernvakken (Nederlands, Engels, wiskunde) vallen. Een leerling is in bespreking: 

  • met 4,0 tekorten in de kernvakken én een gemiddelde groter dan 6,0; 
  • met 4,5, 5,0 of 5,5 tekorten in totaal én een gemiddelde groter dan 6,0. 

Een leerling is afgewezen: 

  • met 4,0 tekorten in de kernvakken én een gemiddelde kleiner dan of gelijk aan 6,0, 
  • met 4,5, 5,0 of 5,5 tekorten in totaal én een gemiddelde kleiner dan 6,0, 
  • bij 6,0 of meer dan 6,0 tekorten in totaal.

Bevordering van gym-2 naar gym-3

Een leerling is bevorderd: 

  • als alle vakken voldoende zijn, of 
  • bij 3,0 of minder tekorten.

Een leerling is in bespreking: 

  • met 3,5, 4,0 of 4,5 tekorten.

 Een leerling is afgewezen: 

  • bij 5,0 of meer tekorten. 

Opmerkingen: 

  • De vakken lb, lo en tn kunnen samen maximaal een bijdrage leveren van 1,5 tekort. 
  • Rekenen telt niet mee in de bevorderingsnorm.

Bevordering van gym-3 naar gym-4

Een leerling is bevorderd: 

  • als alle vakken voldoende zijn, of
  • bij 3,0 of minder tekorten.

Een leerling is in bespreking: 

  • met 3,5, 4,0 of 4,5 tekorten.

 Een leerling is afgewezen:

  • bij 5,0 of meer tekorten

 Opmerkingen:

  • De vakken lb, lo en tn kunnen samen maximaal een bijdrage leveren van 1,5 tekort. 
  • Rekenen telt niet mee in de bevorderingsnorm. 

Keuze wiskunde B op gym-4 

  • De voorwaarde voor het kiezen van wiskunde B op gym-4 is dat het eindcijfer voor wiskunde op gym-3 minimaal een niet afgeronde 7,0 is.

Bevorderingsnormen gym-4 naar gym-5

Een leerling is bevorderd in de volgende gevallen: 

  • alle vakken zijn voldoende; 
  • bij niet meer dan 2,5 tekorten én het gemiddelde van alle cijfers is 6,0 of hoger. 
    Het gemiddelde van de combinatievakken (lo en lb) mag echter niet lager zijn dan 5,5. 
    Voor de combinatievakken mag geen cijfer lager zijn dan 4,0. 
  • Als aanvullende voorwaarde geldt dat alle onderdelen van het LOB-dossier voldoende zijn afgerond. 

Een leerling is in bespreking: 

  • met een cijfer lager dan 4,0 (voor de combinatievakken mag geen cijfer lager zijn dan 4,0); 
  • met 3,0 of 3,5 tekorten én een gemiddelde van alle cijfers dat 6,0 of hoger is. 
    Het cijfer voor de combinatievakken moet 6,0 of hoger zijn. 
  • als het combinatiecijfer lager is dan 5,5, terwijl het gemiddelde van alle cijfers 6,0 of hoger is. 

Een leerling is afgewezen: 

  • bij 4,0 of meer tekorten (de combinatievakken worden niet meegeteld); 
  • met 3,0 of 3,5 tekorten én een gemiddelde van alle cijfers lager dan 6,0 (met uitzondering van de combinatievakken); 
  • Met 3,0 of 3,5 tekorten en een gemiddelde van alle cijfers hoger dan 6,0 maar het gemiddelde van de combinatievakken is lager dan 5,5. 

Opmerking: 

  • Op het overgangsrapport worden alleen hele cijfers gegeven.

Bevorderingsnormen van gym-5 naar gym-6

Een leerling is bevorderd in de volgende gevallen: 

  • alle vakken zijn voldoende; 
  • een 5 en de overige cijfers 6 of hoger; 
  • een 4 en de overige cijfers 6 of hoger, en het gemiddelde van alle cijfers is tenminste 6,0; 
  • tweemaal een 5 óf een 5 en een 4 én het gemiddelde van alle cijfers is 6,0 of hoger (waarbij er maar één onvoldoende mag staan bij de kernvakken).
  • Als aanvullende voorwaarde geldt dat alle onderdelen van het LOB-dossier voldoende zijn afgerond. 

Een leerling heeft een herexamen/ is in bespreking in de volgende gevallen: 

  • de vergadering kan een herexamen toestaan in één vak met een onvoldoende als door het verhogen van het cijfer voor dat vak met één punt alsnog aan de bevorderingsnorm kan worden voldaan; 
  • als het gemiddelde van alle examenvakken lager is dan 5,5;
  • bij twee onvoldoendes in de kernvakken. Er wordt dan door de vergadering een nader te bepalen taak opgelegd. 
  • bij tweemaal een 4; 
  • bij tweemaal een 5 en eenmaal een 4 óf driemaal een 5. 

Een leerling is afgewezen: 

  • bij tweemaal een 4 en eenmaal een 5, 
  • bij vier of meer onvoldoendes, 
  • bij een 3 voor één van de vakken, 

Opmerkingen: 

  • Op het overgangsrapport worden alleen hele cijfers gegeven
  • Het combinatiecijfer wordt gevormd door de vakken lo en lb. Dit combinatiecijfer is het afgeronde gemiddelde van de twee afzonderlijke cijfers. Het combinatiecijfer moet 6,0 of hoger zijn, maar telt niet mee als compensatie.
  • Het cijfer voor het herexamen vervangt geen enkel rapportcijfer of cijfer van een PTA-werk. Het cijfer voor het herexamen wordt slechts gebruikt om te bepalen of een leerling die in de bespreking valt alsnog aan de bevorderingsnorm kan voldoen.

Slaagregeling gym-6:

De kandidaat die het eindexamen heeft afgelegd, is geslaagd in de volgende gevallen: 

  • alle eindcijfers zijn 6 of hoger, 
  • met één 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger, 
  • met één 4 óf twee keer een 5 óf één 5 en één 4 en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde van alle vakken tenminste 6,0 is.

Daarnaast gelden nog de volgende voorwaarden: 

  • Voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde staat maximaal één 5 als eindcijfer 
  • én het gemiddelde voor het centrale examen is 5,5 of meer. 
  • In alle gevallen moet het vak lo met “voldoende” of “goed” zijn afgerond en moet de rekentoets zijn afgelegd. 

Cijfers voor maatschappijleer en het profielwerkstuk maken deel uit van het combinatiecijfer. 

Een eindcijfer van een 3 of lager op de cijferlijst betekent dat de leerling niet geslaagd is. Dit geldt ook voor de verschillende onderdelen die meewegen in het combinatiecijfer. Voor alle duidelijkheid: als één van de onderdelen van het combinatiecijfer een 3 of lager is, is de leerling niet geslaagd, zelfs als het gemiddelde (oftewel: het combinatiecijfer) 6,0 of hoger is.